Anton Heyboer, Viktor IV, Jan Montyn, Theo Niermeijer, Wim de Haan, Hannes van Es, Jaap Mooy, Tjibbe Hooghiemstra, Huug Pleysier, Armando, Ruben Stallinga, Anneliese Wolf, Willem Alfrink, Krin Rinsema, e.a.

info@collectiebaron.nl

 

 

De hedendaagse kunst in een kritiek stadium?

Voor Hannah Arendt was het nieuwe begin dermate van belang dat ze het tot één van haar grote filosofische thema’s maakte. Ze noemde het "nataliteit" en gebruikte voor het begin het Latijnse "initium" en voor het nieuwe "novitas". Elke keer als we in ons leven iets nieuws aanvangen worden we volgens haar opnieuw geboren. Deze begrippen die Arendt hanteerde lijken zich uitstekend te lenen voor een hedendaagse beschouwing van kunst. De avant-garde beweging, de voorlopers der vernieuwing, kunnen in herinnering worden geroepen en hun "initia" van toen doorgetrokken worden naar die van de hedendaagse uitingen van kunst. De armzaligheid van dit moment is helaas evident, daar zijn vriend en vijand van de moderne kunst het ras over eens: er is weinig "novitas" te ontdekken onder de horizon. Maar achter de horizon? Kan wellicht een verruimende blik, die uiteraard nooit objectief toereikend zal zijn, een licht werpen achter die horizon en daar een antwoord vinden op het waarom van het uitblijven van dat "nieuwe beginnen" en het ontbreken aan elan van originaliteit? Of ligt het antwoord al voor de hand en is alles al eens voorbijgekomen, waardoor iedere kunstuiting een herhaling zal blijken te zijn van eerdere initiatieven, zoals Rudi Fuchs al eens benadrukte? De vormen waarmee de kunstenaar zich origineel tracht uit te drukken raken uitgeput, evenzo de materialen. De impact die de digitale wereld mogelijk zou kunnen hebben op de nataliteit van de kunsten in het algemeen, daarover zijn de "art-watchers" nog niet enthousiast gestemd. Rest nog de inhoud, terug naar de ideeën en herwaardering van wat de kunstenaar "toevalt", zomaar van gene zijde. Dankzij Arendt hebben we de begrippen er wel al voor.

Zeker, de oprechte kunstbeschouwer verkeert in gewetensnood: moet hij progressie veinzen en met de culturele elite van de daken schreeuwen dat er zoveel talent rondloopt, of moet hij tot zijn spijt erkennen dat de naoorlogse sneltrein van de moderne kunst zijn eindstation heeft bereikt? Vervolgens kan hij de vurige hoop uitspreken dat dit geen definitief eindstation zal blijken en dat de spoorlijn naar de toekomst zal worden doorgetrokken, zodat die "kunsttrein" weer op gang kan komen.

Door de verbijsterende opeenvolging van kunststromingen heeft het idee postgevat dat de kunstwereld constant evolueert, inmiddels is dat idee pijnlijk achterhaald. De oneindige vernieuwing waarop de kunstmarkt voortdrijft blijkt een illusie, de limiet is bereikt. Cultuurfilosoof Arthur Danto spreekt over een doodlopende weg en een "point of no return". De kunstgeschiedenis is definitief voorbij. We leven volgens Danto in een tijdperk van posthistorische kunst, waarin het einde van de kunst is opgenomen. De kunst ondergaat al een tijdlang een diepgaande crisis omdat alle mogelijkheden tot creatieve vernieuwing zijn opgebrand. Ze heeft kennelijk niet meer de kracht om iets werkelijk nieuws uit te vinden of toe te voegen. Door deze legitimatiecrisis zijn we genoodzaakt, aldus Danto, om deze crisis te doordenken en inzichtelijk te maken, zodat we de wijze waarop we ons tot de kunsten verhouden kunnen herijken.

Mede verantwoordelijk voor de noodzaak tot herijking is het hardnekkig misverstand dat kunst een expressie moet zijn van de geestestoestand van de kunstenaar, hij of zij moet zijn of haar gevoel kwijt en legt ziel en zaligheid bloot in een "piece of art". Het betreft hier, wat de Britse kunstcriticus Clive Bell ooit een "pathetische denkfout" noemde. De intenties van de kunstenaar, bepaalde gevoelens die wellicht zijn scheppingsdrang hebben geactiveerd, doen uit oogpunt van zuivere artisticiteit, niet ter zake. Het gaat namelijk nooit om de emoties van de kunstenaar, het draait altijd om de emotie die het kunstwerk bij de beschouwer oproept. En die ervaring is particulier.

Er kan dus geen sprake zijn van een eenduidige waarheid, niemand kan ze opeisen. Daarmee kan m.b.t. een modern kunstwerk een opmerking als "zo heeft de kunstenaar het niet bedoeld" verbannen worden naar het rijk der absurditeiten. Want bij kunst kijken gaat het niet om een verklaring, maar om de persoonlijke ervaring! Een kunstenaar zou geen bedoelingen moeten hebben, anders dan de bedoeling wat hem in abstracto inviel -en waarvan hij het fijne ook niet weet- proberen te vertalen in een kunstwerk en aan het kunstpubliek te presenteren. Daarmee is hij inderdaad, zoals wel vaker beweerd, een doorgeefluik geworden van een idee. Hetgeen impliceert dat niet de kunstenaar communiceert met het kunstpubliek, maar het kunstwerk! Want een kunstenaar met expliciete boodschappen en bedoelingen kan beter pamflettist worden (a la Ai Weiwei). Kunstbeschouwers en kunstverzamelaars hoeven zich in wezen alleen maar bezig te houden met het kunstwerk "an sich" en in ogenschouw nemen dat de kunstenaar daaraan te allen tijde ondergeschikt is. Toch een zorg minder voor de kunstliefhebber. 

 

 

copyright@collectiebaron 2017